Wat moet een werkgever doen als een werknemer de Nederlandse taal onvoldoende machtig is?

Taalvaardigheid is een belangrijke werknemersvaardigheid. Als werkgevers medewerkers in dienst hebben die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn, kan dit leiden tot veiligheidsrisico’s, productieverlies, slechtere klantcontacten, hoger ziekteverzuim en/of problemen met op- en omscholing bij innovatie.


Wat betreft veiligheid zijn de bepalingen in de Arbowetgeving van belang. Op grond van artikel 5 van de Arbowet moet de werkgever in een risico-inventarisatie en evaluatie (de RI&E) schriftelijk vastleggen welke risico’s de arbeid met zich brengt. In deze RI&E is een plan van aanpak opgenomen, waarin is aangegeven welke maatregelen worden genomen in verband met de bedoelde risico’s. Als uit de RI&E blijkt dat taal een aandachtspunt is, moet de werkgever passende maatregelen nemen.

Verder moet de werkgever op grond van artikel 8 van de Arbowet zorgen dat de werknemers «doeltreffend» worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen gericht op het voorkomen of beperken van die risico’s. Hiermee wordt bereikt dat maatregelen worden genomen als taalbeheersing een risico vormt en dat werknemers worden geïnformeerd over risico’s en genomen maatregelen in een taal die zij begrijpen. Aanvullend hierop kunnen werkgevers en werknemers- als dat nodig is – hierover afspraken maken in de arbocatalogus.

Voor sommige risicovolle beroepen geldt een certificatieplicht. Denk bijvoorbeeld aan kraanmachinisten of asbestverwijderaars. Voor wie in zo’n beroep werkzaam wil zijn, bestaat de verplichting de Nederlandse taal voldoende te beheersen.

De concrete omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht zijn bepalend voor het niveau waarop de Nederlandse taal beheerst moet worden. Soms is een minimaal niveau afdoende. In die gevallen waarin de werknemers in het beroep waarvoor een certificatieplicht geldt, de overige werknemers en andere personen waarmee zij moeten communiceren allemaal eenzelfde maar een andere taal dan het Nederlands spreken wordt dit ook als afdoende beschouwd.

Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstuk, kst-32824-236

Je helpt ons enorm als je dit artikel deelt op social media:

Lees ook:


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *